Selecteer een pagina
Jozef Israëls, Kinderen der Zee (1872). Rijksmuseum Amsterdam

Zo’n mooi strandgezicht … Ik word er altijd blij van. Ik krijg zin in de zomer, in vakantie. Zon, zee en strand, een dagje naar de kust is voor mij een favoriet uitstapje.

Het zit er nog even niet in, om allerlei redenen. Om toch een beetje in de vakantiesfeer te komen blader ik door wat boeken, ik zoek het werk van de negentiende-eeuwse schilders van de Haagse School, zij schilderden graag zee- en strandtaferelen. Mijn oog valt op werk van Jozef en Isaak Israëls. Vader en zoon hebben allebei het zomerse leven aan de Scheveningse kust vastgelegd. Bijzonder om te zien wat er in 25 jaar allemaal kan veranderen. In het dorpse Scheveningen én op het schilderslinnen.

Een oud vissersdorp

Scheveningen was in de negentiende eeuw nog een echt vissersdorp. Door de komst van de stoomtram veranderde het plaatsje geleidelijk in een toeristische trekpleister. Er werden huizen gebouwd en de eerste hotels openden hun deuren. Vanaf 1885 konden rijke badgasten in het luxe Kurhaus logeren. In 1907 kwam er zelfs een station vlakbij dit beroemde hotel.

Langzaam kwamen op het strand de eerste badhuisjes. In grote rieten strandstoelen genoten dagjesmensen van het water en de zon. Kinderen speelden in het warme zand. Scheveningen groeide uit tot een mondaine badplaats.

Vader en zoon Israëls

Op de Haagse strandschilderijen is die verandering te zien. Ook in het werk van Jozef en Isaac Israëls. Beiden schilderden het thema graag. Spelende kinderen, met een zelfgemaakt bootje of rijdend op een ezeltje.  Je hoort de ruisende golven, je kunt het zout van de zee bijna ruiken. Of is het toch de vislucht?

Op het eerste gezicht lijkt het werk van vader Jozef misschien niet meer dan een vertederend plaatje. Vier visserskinderen spelen met een zelfgemaakt bootje op het strand. Maar Jozef verwijst ook naar het zware leven van de vissers. Het bootje staat voor het harde leven op zee. Het oudste kind draagt het jongste op zijn schouders: een voorbode van de last die ook hij in zijn volwassen leven weer zal moeten dragen.

Zo’n 25 jaar later schilderde zoon Isaac zijn populairste strandgezicht. Ezeltje rijden op het Scheveningse strand. Drie meisjes zittend op een ezel, een jongen houdt het in de gaten. Vrolijke rode mutsjes beschermen de meisjes tegen de zon.

Isaac was meer een impressionist dan zijn vader. Zijn kleuren zijn lichter, zijn verfstreek is korter en luchtiger. Hij werkte sneller, in vlugge streken zette hij zijn tafereeltje op. Het plezier spat er vanaf.

Isaac Israëls, Ezeltje rijden op het strand (ca. 1890-1901). Rijksmuseum Amsterdam

Bij mij kriebelt het al weer. Ik moet nog even wachten op mijn vakantie, maar dit is pure voorpret!